Jongeren en schulden: signalen en hulpaanbod
Schuldhulp & schuldsanering

Jongeren en schulden: signalen en hulpaanbod

Vroeg ingrijpen bij schulden: hoe je de signalen herkent en welke hulp er beschikbaar is voor jongeren tot 27

R
Redactie
· 12 min leestijd

Schulden komen voor op elke leeftijd, maar bij jongeren kunnen ze razendsnel escaleren. Een vergeten rekening, een impulsaankoop op afbetaling of studieschulden die oplopen — voordat je het weet, ben je het overzicht kwijt. Toch schamen veel jongeren zich en wachten ze te lang met hulp zoeken.

In dit artikel lees je welke signalen kunnen wijzen op schuldenproblematiek bij jongeren tot 27 jaar, welke hulptrajecten er zijn en hoe gemeenten, maatschappelijk werk en buddy-projecten jongeren ondersteunen.

Waarom jongeren extra kwetsbaar zijn

Jongeren tussen de 18 en 27 jaar staan voor een flink aantal financiële uitdagingen tegelijk. Ze verlaten voor het eerst het ouderlijk huis, moeten hun eigen huur en vaste lasten regelen, beginnen aan een studie of eerste baan, en worden voortdurend verleid door achteraf-betalen, abonnementen en online winkelen.

Het brein van een jongere is bovendien nog volop in ontwikkeling. Het gebied dat verantwoordelijk is voor impulsbeheersing en langetermijndenken — de prefrontale cortex — is pas rond het 25e jaar volledig volgroeid. Dat maakt jongeren gevoeliger voor impulsuitgaven en minder goed in het inschatten van risico's.

Daar komt bij dat jongeren minder goed op de hoogte zijn van hun rechten en plichten. Ze weten niet altijd dat incassobureaus strenge regels moeten volgen, of dat de gemeente hen gratis kan helpen. Dat gebrek aan kennis werkt schulden verder in de hand.

Een concreet voorbeeld: een 20-jarige die voor het eerst op zichzelf woont, heeft naast huur ook te maken met zorgverzekering (circa 150 euro per maand), energie, internet en boodschappen. Als het minimumloon net toereikend is of als er maar parttime wordt gewerkt, is er vrijwel geen buffer. Eén onverwachte rekening — een kapotte fiets, een boete, een tandartsenbezoek — is genoeg om rood te komen staan. Omdat roodstand duur is (rentes van 10 tot 14 procent per jaar zijn gebruikelijk), groeit een kleine tegenvaller al snel uit tot een serieus probleem.

Ook de toeslagensystematiek speelt een rol. Toeslagen worden vooraf geschat en achteraf verrekend. Jongeren die net gaan werken en nog geen volledig beeld hebben van hun inkomen, schatten toeslagen te hoog in. Als de Belastingdienst die terugvordert, kan dat gaan om honderden of zelfs duizenden euro's die ineens moeten worden terugbetaald — terwijl er geen reserve is.

Vroege signalen van schuldenproblematiek

Schuldenproblematiek begint zelden met een grote klap. Het sluipt erin. Signalen die wijzen op beginnende problemen zijn:

  • Rekeningen worden uitgesteld of vergeten te betalen
  • Roodstand op de bankrekening aan het einde van de maand
  • Steeds meer gebruik van achteraf-betalen (Klarna, iDEAL in3)
  • Geld lenen bij vrienden of familie om vaste lasten te betalen
  • Maaltijden overslaan of bezuinigen op boodschappen terwijl abonnementen doorlopen
  • Vermijden van de brievenbus of angst voor telefoontjes van onbekende nummers
  • Stress, slaapproblemen of angst die te koppelen zijn aan geld

Omgeving en professionals — zoals docenten, jongerenwerkers of werkgevers — kunnen ook signalen oppikken. Denk aan veelvuldig te laat komen, gespannen gedrag of plots spijbelen. Vroegtijdige herkenning is cruciaal: hoe eerder iemand hulp krijgt, hoe groter de kans op een goede afloop.

Soms zijn de signalen subtieler. Een jongere die vraagt of hij zijn loon eerder kan ontvangen, die nooit meegaat lunchen, of die steeds kleine geldbedragen leent bij collega's — het zijn aanwijzingen die apart weinig zeggen, maar samen een patroon vormen. Professionals die met jongeren werken, zijn gebaat bij een goede vertrouwensrelatie zodat jongeren durven te praten over hun financiële situatie.

Een ander signaal is het overmatig gebruik van gokken of sportweddenschappen via apps. Veel van dit aanbod is laagdrempelig en richt zich actief op jongeren via sociale media. Gokschulden zijn extra problematisch omdat ze snel oplopen, sociaal beladen zijn en vaak lang worden verborgen gehouden.

De omvang van het probleem in Nederland

Schulden bij jongeren zijn geen randverschijnsel. Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat een aanzienlijk deel van de jongeren al vroeg in de schulden terechtkomt. Studenten met een aanvullende beurs of een bijbaan die wegvalt, zijn kwetsbaar. Maar ook jongeren zonder startkwalificatie of met een uitkering lopen een verhoogd risico.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) signaleert dat met name jongeren in de leeftijd van 18 tot 25 jaar een hoger risico lopen op problematische schulden dan oudere leeftijdsgroepen. Gemeenten zien in hun schuldhulpverleningspraktijk steeds meer jongere cliënten binnenkomen.

De coronapandemie en de gestegen kosten van levensonderhoud hebben dit verder versneld. Energie, huur en dagelijkse boodschappen zijn duurder geworden, terwijl inkomens van jongeren gemiddeld laag blijven.

Specifiek kwetsbaar zijn jongeren die uitstromen uit jeugdzorg. Op hun 18e verjaardag eindigt de begeleiding vanuit jeugdhulp abrupt, terwijl ze nog niet volledig zelfstandig zijn. Onderzoek toont aan dat een groot deel van deze groep al binnen een jaar financiële problemen heeft. Gemeenten proberen dit op te vangen met programma's als '18-min-18-plus', waarbij de overgang minder abrupt verloopt.

Studenten die gebruik hebben gemaakt van het leenstelsel — ingevoerd in 2015 — lopen ook een verhoogd risico. Ze bouwen schulden op tijdens de studie en moeten die daarna afbetalen terwijl ze ook willen sparen voor een woning. De combinatie van studieSchuld, hoge huurprijzen en weinig startkapitaal laat weinig ruimte voor financiële fouten.

Gemeentelijke schuldhulpverlening voor jongeren

Elke gemeente in Nederland is verplicht om schuldhulpverlening aan te bieden. Dat staat in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Jongeren kunnen zich melden bij hun gemeente, vaak bij het Sociaal Loket, de sociale dienst of het Jongerenloket.

De aanpak verschilt per gemeente, maar de stappen zijn vergelijkbaar:

  • Aanmelding en intake: Je geeft aan wat je situatie is. De gemeente brengt je schulden in kaart.
  • Stabilisatie: Lopende schulden worden gestabiliseerd. Soms wordt bewindvoering of budgetbeheer ingezet.
  • Schuldregeling: De gemeente bemiddelt met schuldeisers voor een afbetalingsplan of gedeeltelijke kwijtschelding.
  • Nazorg: Na afloop van een traject volgt begeleiding om terugval te voorkomen.

Veel gemeenten hebben specifieke trajecten voor jongeren. Sommige steden werken met jongerencoaches die als laagdrempelige ingang fungeren, zodat jongeren niet meteen in een formeel traject hoeven te stappen.

Praktisch gezien is het slim om je goed voor te bereiden op het eerste gesprek bij de gemeente. Neem mee: een overzicht van al je schulden (bij wie, hoeveel en wanneer ontstaan), je laatste loonstrook of uitkeringsspecificatie, je meest recente bankafschriften en eventuele aanmaningen of rechtbankbrieven. Hoe concreter je informatie, hoe sneller de gemeente een passend plan kan opstellen.

Soms weigert de gemeente een minnelijk traject op te starten, bijvoorbeeld omdat iemand niet meewerkt of omdat de schulden te recent zijn. In dat geval kun je bezwaar maken of opnieuw aankloppen als de situatie is gestabiliseerd. Geef niet op na een eerste afwijzing.

MaSS: maatschappelijk werk en specifieke trajecten

Maatschappelijk werk speelt een belangrijke rol bij schuldhulpverlening aan jongeren. Via Maatschappelijke Steun- en Samenlevingsinitiatieven (in de praktijk aangeduid als MaSS of maatschappelijk werk) kunnen jongeren terecht voor praktische hulp bij schulden, maar ook voor begeleiding op andere leefgebieden.

Maatschappelijk werkers helpen bij het overzicht maken van inkomsten en uitgaven, het schrijven van brieven aan schuldeisers en het aanvragen van voorzieningen waar iemand recht op heeft maar die nog niet gebruikt worden. Denk aan zorgtoeslag, huurtoeslag of bijzondere bijstand.

Wat maatschappelijk werk onderscheidt van puur financiële hulp, is de aandacht voor de persoon achter de schulden. Stress, psychische problemen, verslaving of een labiele thuissituatie spelen bij jongeren vaak mee. Door breder te kijken, vergroot de kans op duurzame oplossingen.

Een concreet voorbeeld is een jongere met ADHD die zijn post structureel niet openmaant en daardoor boetes en incassokosten oploopt. Een maatschappelijk werker helpt niet alleen de actuele schulden te regelen, maar ook bij het opzetten van een systeem — zoals automatische incasso voor vaste lasten en een wekelijks moment om post door te nemen — zodat de oorzaak van het probleem wordt aangepakt.

Maatschappelijk werk is te vinden via de gemeentelijke sociale dienst, maar ook via huisartsen, scholen en jongerencentra. In veel regio's werkt maatschappelijk werk samen met schuldhulpverlening in een geïntegreerde aanpak, zodat jongeren niet van loket naar loket worden gestuurd.

BBZ-jongeren: bijstand voor zelfstandigen

Jongeren die als zelfstandige ondernemer actief zijn en in financiële problemen komen, kunnen in aanmerking komen voor het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (BBZ). Dit is een vorm van bijstand speciaal voor zelfstandigen, inclusief starters.

Via het BBZ kunnen jongere ondernemers een lening of een aanvulling op hun inkomen krijgen om hun bedrijf tijdelijk te redden of op een verantwoorde manier te stoppen. De aanvraag verloopt via de gemeente.

Het BBZ is geen automatische uitkering. De gemeente beoordeelt of de onderneming levensvatbaar is. Bij een negatief oordeel wordt soms toch een tijdelijke voorziening getroffen om de jongere te helpen bij de overgang naar werk in loondienst.

Voor jongeren die jonger zijn dan 27 jaar geldt bovendien een aparte regeling: zij moeten bij de gemeente eerst naar school of werk worden begeleid voordat ze recht krijgen op bijstand. Dit staat bekend als de zoekperiode van vier weken. Het is belangrijk om je hiervan bewust te zijn, zodat je weet dat je niet zomaar direct recht hebt op uitkering als je jonger dan 27 bent.

Een zzp'er van 23 die zijn administratie niet op orde heeft en plotseling met btw-schulden en openstaande facturen zit, kan via het BBZ een tijdelijke inkomensaanvulling aanvragen terwijl de gemeente samen met hem kijkt of het bedrijf nog levensvatbaar is. Als besloten wordt te stoppen, helpt de gemeente bij de overgang naar werk of opleiding. De schulden bij de Belastingdienst worden in dat traject meegenomen in de schuldregeling.

Buddy-projecten en peerhulp

Naast formele hulptrajecten zijn er in veel gemeenten ook buddy-projecten actief. Bij een buddy-project wordt een jongere met schulden gekoppeld aan een vrijwilliger — de buddy — die zelf ervaring heeft met financiële problemen of financieel vaardig is.

De buddy helpt op een informele manier. Denk aan gezamenlijk een belastingaangifte invullen, uitzoeken welke toeslagen iemand mist of gewoon meegaan naar een gesprek bij de gemeente om de drempel te verlagen. De laagdrempeligheid is de kracht van buddy-projecten: jongeren die een formeel traject te eng vinden, stappen eerder op een buddy af.

Voorbeelden van dit soort initiatieven zijn te vinden via Geldfit, via lokale stichtingen of via de gemeentelijke website. Sommige scholen en mbo-instellingen hebben ook eigen programma's waarbij ouderejaars studenten anderen helpen met geldzaken.

Het effect van peerhulp is aangetoond in onderzoek. Jongeren vertrouwen leeftijdsgenoten meer dan ambtenaren of hulpverleners. Ze schamen zich minder en zijn eerlijker over hun situatie. Dat maakt de kans groter dat ze daadwerkelijk actie ondernemen. Een buddy signaleert ook sneller of er meer aan de hand is — soms zijn schulden een symptoom van iets groters, zoals verslaving, mishandeling of psychische problemen — en kan dan doorverwijzen naar professionele hulp.

Wil je zelf buddy worden? Veel organisaties zijn op zoek naar vrijwilligers met financiële kennis of gewoon een stabiele thuissituatie en goede communicatieve vaardigheden. Kijk bij Humanitas Thuisadministratie of bij het Jongerenwerk in jouw gemeente.

Wat te doen als je schulden hebt als jongere

Als je merkt dat je schulden begint op te lopen, is het belangrijkste advies: wacht niet. Hoe langer je wacht, hoe meer de schulden groeien door rente, incassokosten en boetes. Actie ondernemen zodra je de eerste signalen herkent, vergroot de kans op een snelle en minder pijnlijke oplossing aanzienlijk.

Concrete stappen die je kunt zetten:

  • Maak een overzicht: Noteer alle schulden, wie je schuldeiser is, hoeveel je nog moet betalen en wat de maandelijkse lasten zijn.
  • Kijk wat je meer uitgeeft dan binnenkomt: Gebruik een gratis budgetplanner van het Nibud om inzicht te krijgen.
  • Neem contact op met je gemeente: Vraag naar het Jongerenloket of het Sociaal Loket. De hulp is gratis en vertrouwelijk.
  • Gebruik Geldfit: Via geldfit.nl kun je anoniem een scan invullen en zien welke hulp bij jou past.
  • Praat erover: Schaamte is begrijpelijk, maar schulden lossen zichzelf niet op. Een vertrouwde persoon of een professional inschakelen is een teken van kracht, niet van zwakte.

Als je al dieper in de schulden zit — meerdere schuldeisers, loonbeslag of deurwaarders aan de deur — dan is het traject formeler. De gemeente kan dan een minnelijk schuldhulptraject starten. Als dat niet lukt, is er de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP), waarbij een rechtbank toeziet op de aflossing.

Loonbeslag is een maatregel waarbij een schuldeiser via de rechter afdwingen dat een deel van je loon direct naar hem gaat. Dit klinkt alarmerend, maar als je op dit punt bent aanbeland, is er ook geen weg terug zonder hulp. Meld je dan direct bij de gemeente met alle stukken die je hebt. Zorg dat je op het gesprek niet alleen staat — neem een vriend, familielid of buddy mee als dat helpt.

Een minnelijk traject duurt doorgaans drie jaar. Gedurende die periode leef je van een vastgesteld budget. Wat overblijft, gaat naar de schuldeisers. Na drie jaar zijn de resterende schulden gesaneerd. Dat klinkt lang, maar het eindpunt is een schuldenvrij leven — en veel jongeren die het traject hebben doorlopen, zeggen dat het de beste beslissing was die ze ooit hebben genomen.

Voorkomen is beter dan genezen

Preventie speelt een steeds grotere rol in het schuldenbeleid voor jongeren. Scholen besteden meer aandacht aan financiële educatie. Jongerenwerkers signaleren problemen vroeger. En gemeenten investeren in preventieve budgetcoaching voor jongeren die net op zichzelf gaan wonen.

Als je binnenkort op jezelf gaat wonen of je financiën wilt verbeteren, is het slim om je vaste lasten goed in kaart te brengen. Bereken van tevoren wat huur, zorgverzekering, energie en internet kosten. Zorg dat je begrijpt hoe toeslagen werken en wanneer je recht hebt op bijzondere bijstand.

Een vuistregel die financieel adviseurs voor jongeren hanteren: reserveer minimaal 10 procent van je netto-inkomen als buffer. Voor iemand met een minimumloon is dat niet altijd haalbaar, maar zelfs een kleine buffer van 500 euro kan voorkomen dat een onverwachte rekening meteen leidt tot roodstand of leningen bij vrienden.

Automatische incasso is een simpele maatregel die veel narigheid voorkomt. Zet je vaste lasten op automatische betaling zodat je nooit een rekening mist. Houd wel bij wat er van je rekening gaat, want een vergeten abonnement dat automatisch afgeschreven wordt, geeft roodstand als het saldo net te laag is.

Meer informatie over wat is schuldhulpverlening en minnelijk schuldhulptraject kun je ook op deze site lezen.

Belangrijk om te weten

Dit artikel is informatief en geen financieel advies. Geld lenen kost geld. Leen alleen bedragen die je verantwoord kunt terugbetalen. Twijfel je? Neem dan contact op met een onafhankelijk financieel adviseur, je gemeente of een geregistreerde schuldhulpverlener. Meer info bij de AFM en de BKR.

jongeren schulden schuldhulpverlening BBZ jongeren MaSS buddy-project

Veelgestelde Vragen

Gerelateerde Artikelen